Van cruciaal commandocentrum naar historische schuilplek: hoe relevant zijn onze schuilbunkers nog?

vrijdag, 1 mei 2026 (11:15) - Dtv Nieuws

In dit artikel:

Maandag, bij de Dodenherdenking, wordt ook stilgestaan bij slachtoffers uit de Koude Oorlog — een periode waarin Nederlandse gemeenten op last van landelijke civiele defensie ondergrondse commandocentra lieten bouwen. Twee van die verbindingsbunkers bevinden zich onder het provinciehuis in ’s‑Hertogenbosch en in het Geniemuseum in Vught.

De bunker onder het provinciehuis dateert uit 1966 en kwam er nog voordat het huidige provinciegebouw verrezen was; de aanleg verliep in het grootste geheim. Rondleider Arjen van Etten noemt de enorme materialeninzet: 297.000 kilo staal en 3.300 kubieke meter beton, samen grofweg 8 miljoen kilo. De Vughtbunker werd iets later gerealiseerd en begin jaren tachtig in gebruik genomen; daar stond een mast van circa veertig meter die via straalverbindingen de communicatie met andere provincies mogelijk maakte, zodat heel Noord‑Brabant bereikbaar bleef.

Communicatie was de levenslijn: de bunkers waren bedoeld om bestuurlijke coördinatie en aansturing van hulpdiensten en de Bescherming Bevolking (BB) te waarborgen bij een atoombomaanval of grote ramp. Zoals vrijwilliger Ben Jacobs het samenvat: “Als je geen verbinding hebt, zijn de mensen buiten de bunker machteloos.” De capaciteit verschilde: Vught bood plaats aan ongeveer veertig mensen voor circa dertig dagen; de Bossche bunker kon tachtig personen voor ongeveer drie maanden herbergen.

Tegenwoordig zijn deze faciliteiten niet meer operationeel als crisiscentra. Technisch en fysiek zijn ze nog behoorlijk veilig en sommige oude apparatuur zou in theorie nog werken, maar hun taken zijn overgenomen door moderne organisaties zoals de veiligheidsregio’s, die op andere locaties en met andere middelen crisiscoördinatie uitvoeren. De bunkers vervullen nu een andere rol — educatief en museumachtig — en kunnen, indien nodig, ook dienen als toevlucht voor hoogwaardigheidsbekleders in de regio.